Gast-ROC: Rijn IJssel

Tijdens Dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT presenteerde Rijn IJssel zich als komend gastcollege door een verrassende Flash mob.

Ruim 50 dansers Show en Urban van Rijn IJssel Kunst & Cultuur begonnen onverwacht tussen alle lunchgasten van de conferentie te dansen. Eerst één student, daarna volgden steeds meer studenten totdat de gehele groep tussen de tafels een prachtige show weggaf.

Halverwege de dans werd de aanleiding van deze spetterende dans duidelijk: maart/april 2012 is Rijn IJssel gast-roc voor de Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT op Papendal in Arnhem.
Klik hier voor een full screen versie van de Flash mob.

woensdag 14 april 2010

StructuurKlas ICT - een plek voor autisten in het MBO!?

Een onderwerp dat me de afgelopen jaren steeds meer is gaan boeien is de zorg voor zorgleerlingen binnen een opleiding gewoonweg doordat ik met zorgleerlingen in aanraking kwam. Enerzijds als docent aan de ICT-Academie (ongeveer 20% van de leerlingen kan bestempeld worden als zorgleerlingen) heb ik ervaren dat ieder jaar weer er een grotere groep zorgleerlingen zich aanmeldt (met name autisten). Anderzijds in mijn rol bij het Center for Teaching and Learning in de vorm van een aantal trainingen die ik (mede) verzorgd heb, en een intervisiegroepje dat ik nu leidt. De keuze om voor deze presentatie te kiezen, was dan ook snel gemaakt: StructuurKlas ICT van het Albeda College.

De presentatie begint met een geluidsfragement met een heleboel lawaai (klikkende klokken, geroezemoes, et cetera.), terwijl de spreker probeert zich verstaanbaar te maken. Natuurlijk lukt dat niet, want hij probeert aan te tonen hoe een autist de wereld om zich heen waarneemt. Hulde en applaus: niet over autisme praten, maar laten ervaren hoe iets is.



Jan van der Staaij van het Albeda College stelt een aantal medepresentatoren voor: ambulant begeleiders en leerlingen met autisme. Allemaal betrokken bij het opzetten van de StructuurKlas. Hij geeft aan dat ongeveer 20% (hetzelfde getal als de ICT-Academie uit ervaring heeft ondervonden) van de leerlingen extra zorg behoeven. Hiervan heeft maar een deel van de leerlingen een rugzakje (LGF), omdat het rugzakje nog maar 2 jaar mogelijk is in het MBO. Schattingen uit de VS laten zien dat 1% van de bevolking de diagnose autisme zou kunnen krijgen.

Tevens vertelt hij dat autisme een ontwikkelingsstoornis in de hersenen en er dus geen sprake is van onwil, pubergedrag of een moeilijke jeugd. Als docent zul je je dit bewust moeten zijn, want het omgaan met autisten vraagt een andere aanpak. Vervolgens behandelt Jan van der Staaij een aantal vormen van autisme:
Naast de moeilijkheden die autisten ervaren zijn er ook een aantal kwaliteiten bij leerlingen met autisme: origineel, vastberaden, eerlijk, nauwkeurig, loyaal, humoristisch, doelbewust, et cetera. Kwaliteiten die in het bedrijfsleven gewaardeerd worden.

De tijd waar programmeurs in een kamertje tot diep in de nacht zaten te programmeren zonder contact met klanten is voorbij. Het ICT-vak is veranderd: er moet meer gecommuniceerd worden met klanten, er moet zelfstandig gewerkt worden, gepland worden en zelf structuur aangebracht worden. Dit is voor autisten lastig.

Bovenstaande zaken hebben ervoor gezorgd dat het Albeda College ervoor gekozen heeft om een StructuurKlas te starten. De StructuurKlas bevat maximaal 12 leerlingen met autisme. De StructuurKlas heeft een vast lokaal met drie docenten en een eigen werkplek. De lessen worden met name zeer gestructureerd aangeboden.

In onderstaande film wordt duidelijk hoe de StructuurKlas er dagelijks uitziet:



De kracht van het concept zit hem dat naast de "uitzondering" die gemaakt wordt er op basis van standaard lesmateriaal, klaslokaal, kwalificatiedossier, et. cetera gewerkt wordt. Daarnaast is er intensief contact en begeleiding vanuit de diverse hulpverleners rondom het Albeda College.

Daarnaast is er speciale aandacht voor het trainen van communicatieve en sociale vaardigheden, omdat dit extra aandacht en tijd behoeft. Deze trainingen worden verzorgd door de zorginstelling die is aangehaakt.

Uitgangspunt is dat de opleidingen van niveau 2 en 3 2 jaar duren, waarbij niveau 2 1 jaar op school is en 1 jaar stage loopt. Op niveau 3 duurt de opleiding 2 jaar, waarbij 1 jaar op school en het 2de jaar 2 dagen school en 3 dagen stage.

Binnen de ICT-Academie hebben we 2 jaar geleden dezelfde discussie gevoerd, maar toen is toch niet gestart met een apart klas. Dit jaar is de discussie weer opnieuw gestart. Ik heb de indruk dat dit toch echt een optie is die heroverwogen moet worden om in te gaan zetten. De vraag die mij rest is: Is dit betaalbaar als ROC?

De spreker geeft aan dat de groep van 12 leerlingen betaald wordt uit de reguliere gelden aangevuld met financiering vanuit LGF, ambulantbegeleiding en Kairo-financiering.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.

ICT Coach - de techniek voorbij!

De vierde sessie die ik vandaag uitgezocht heb is de presentatie: "Leercoach ICT - de techniek voorbij". Met name de ondertitel: "de techniek voorbij" triggert mij om hiervoor te kiezen. Tijdens het binnenlopen zie ik pas dat dit door collega edublogger Serge de Beer gegeven wordt.

De aanleiding van de presentatie is dat er al zoveel is: elo's, web 2.0, multimedia, digitale content, et cetera. maar waar kies je nu voor? en hoe zet je dit effectief in? Om de behoeften aan antwoorden op deze vragen vorm te geven heeft men ervoor gekozen om een ICT Coach in het leven te roepen. De rol van de ICT Coach is als volgt samen te vatten:
  • Ondersteuning bieden aan collega's met vragen op het gebied van techniek en digitale didactiek.
  • Ambassadeur van de mogelijkheden die onderwijs en ICT kunnen bieden.
  • Klankbord voor de directie.
  • Partner van de bovenschoolse coördinator Onderwijs en ICT.
Van de ICT Coach worden er op dit moment 12 opgeleid in de eigen Lentiz Academy. Aan de zaal vraagt Serge de Beer om in subgroepen zelf een opzet te maken voor 12 dagdelen van deze opleiding. Ikzelf zat in een groep met ICT Coaches in wording, want ze wisten me te strikken om de presentatie te verzorgen van de resultaten uit onze groep.

Onderwerpen die genoemd worden: wat is er allemaal te koop op ICT-vlak, wat is de leefwereld van de leerling, hands on ervaring opdoen, coachingsvaardigheden, adviesvaardigheden, verandermanagement vaardigheden, onderzoeksvaardigheden, intervisie, veiligheid, mediawijsheid, et cetera.



Een leuke afwisseling tijdens de presentatie die in laat zien dat er heel veel onderwerpen zijn en je dus echt een goede keuze moet maken. Uiteraard komen veel van de onderwerpen die we bedacht hebben terug in de opzet van Serge de Beer. Leuk is dat de training gratis te vinden is op het internet onder het kopje the Learningtour.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.

Museum of rariteitenkabinet

Via een tableau vivant van verschillende gebruikers startte de presentatie van het ROC van Eindhoven: "Komt dat zien: het museum van de leefwereld" (tweede ronde 14 april)

De verschillende gebruikers (jong en oud), netjes voorzien van een kaartje met een korte beschrijving (naam, geboortejaar en specifieke gebruiksvoorkeuren) kunnen worden bevraagd. De functionaliteit op de kaartjes loopt uiteen van MSN, Hyves, Google en persoonlijke websites tot spelletjes en online sites die voor het onderwijs zijn ontwikkeld (woordjes oefenen). Het gaat zowel om gebruik voor schooldoeleinden als voor privédoeleinden.

Na een rondje werd het woord gevoerd door een jonge VO-leerlinge die in haar leeromgeving op veel hobbels stuit als het gaat om computer- en internetgebruik. Hobbels voor haar omdat zij in haar eigen tijd (en dagelijks leven) de weg weet te vinden in de mogelijkheden die internet haar te bieden hebben. Maar de lijn doortrekken in de school is niet mogelijk.

Een tweede spreker is ZP-er (zelfstandig professional) die zich als academiebouwer (leeromgevingen) en vader van 6 kinderen, verbaast over het gebrek aan mediabeleid en -gebruik in het onderwijs. Momenteel is hij in gesprek met Kennisnet over de mogelijke publicatie van zijn (fenomenologische) analyse van 35 essays die hij bij Kennisnet heeft opgeduikeld. Volgens hem is er door Kennisnet te weinig gedaan met de inzichten die de essays opleveren. Kennisnet heeft de essays wel gebundeld uitgegeven maar volgens Hoogendijk te weinig toegevoegd door deze wijze van publiceren.

De discussie die vervolgens wordt gevoerd aan de hand van deze voorbeelden spits zich toe op adoptiekenmerken:
  • 'het onbekende' dat afschrikt of onbemind maakt
  • 'het onvertrouwde' niet natuurlijk weten te verbinden met het leerproces
  • 'het ongerichte' waardoor men niet langer 'in control' denkt te zijn
  • 'het onbegrepene' dat zich niet laat vertalen naar een integrale visie dan wel integraal beleid
Paulo Moekotte

Enercities, duurzame energie in een game

In ronde 3 was ik bij de sessie van ROC Nijmegen over de serious game Enercities die in een samenwerking tussen een consortium van Europese scholen met Paladin Studios, Qeam en een energieagentschap in Granada is ontwikkeld rond het onderwerp duurzame energie. Hiervoor is een internationaal project (Intelligent Energy Europe) gestart. Het spelplatform is gratis beschikbaar, er is een online community bij en er is een educatieve toolbox bij voor de docent in maar liefst 6 talen! Je zou het een plek kunnen geven binnen Leren Loopbaan en Burgerschap, maar ook bijvoorbeeld bij een facilitaire opleiding. De universiteit van Twente doet ondertussen ook nog onderzoek naar de attitude verandering die dit spel bij cursisten teweeg zou moeten brengen.

De uiteindelijke doelstelling van het consortium is om het spel in verschillende Europese landen bij 50 scholen te laten spelen, met 6000 deelnemers en met 300 lessen over energie. Buiten de scholen om is er een streefgetal van 20.000 spelers wereldwijd. Het wordt ook al aangeboden via Facebook en men heeft al 11.000 hits gehad sinds de start in februari, dus het begin is er. Op 20 april zal er een eerste Europese competitie worden georganiseerd.

Als docent kun je een docentcode aanvragen bij Eric Luijten van ROC Nijmegen en met deze code kunnen cursisten zich dan ook aanmelden zodat ze meteen aan hun docent gekoppeld zijn. Het spel is geschikt voor cursisten van 15 op het vmbo tot universitair studenten, dus een hele brede doelgroep. Bij Eric Luijten kun je ook zijn als je als school meer wil weten over de game of er op school ook mee wil starten.

Natuurlijk mochten we ook een poosje spelen en hoewel het te kort was om je goed in het spel te verdiepen werd me wel duidelijk dat er heel veel in zit en dat er continu keuzes door de speler moeten worden gemaakt die weer consequenties hebben voor het spelverloop. Een game die dus niet lineair en ook voor elke speler weer anders zal verlopen. Af en toe is er een "adviseur" die je even een tip geeft, maar cursisten gaan ook elkaar helpen bij het hoger scoren in de game. Het zet aan tot nadenken over duurzame energie, over kiezen tussen aanleg van zonnecentrales, windmolenparken, kolen of zware industrie en waar je je mensen laat wonen en parken gaat aanleggen. Beetje SimCity vond ik. Hieronder mijn resultaat na een kwartiertje spelen. Ging heel behoorlijk, al zeg ik het zelf. :-)

Fijn om weer eens een serious game te zien die de gameplay centraal heeft gesteld, waar je als speler zelf bepaalt hoe je het wil aanpakken en waar ook nog wat van geleerd kan worden.

WRLD & Onderwijscatalogus Wellantcollege – Bert van Daalen, David Dekker

WRLD = Wellant – Rivor- Leiden – Da Vinci: een netwerk waarin met vereende krachten aan  onderwijsontwikkeling wordt gewerkt.

Onderwijscatalogus = al het onderwijs dat een instelling kan aanbieden

van groepen naar individuen naar groepen
Momenteel gaat het onderwijs nog uit van groepen: als je meer richting individueel onderwijs gaat, ontstaan er groepen. De basis is een individueel arrangement. Een roosterbare eenheid. Het kan groter of kleiner zijn: een dagdeel of 10 weken achterelkaar een dagdeel.

Onderwijscatalogus implementeren?
Implementeren en implementeren is twee: Je kunt de OC vullen met de examendossiers (en dan nog kun je dieper of minder diep gaan) maar je kunt de onderwijscatalogus ook inzetten voor de flexibilisering van het onderwijs. Voor het goed functioneren van het KRD is tenminste nodig dat het examendossier wordt geïmplementeerd. (Dat kan ook op heel hoog niveau zijn: alleen behaald ja/nee)

Je kunt er veel meer mee: Flexibilisering
Maar flexibiliseren kan alleen door te standaardiseren: Hoeveel instroommomenten bijvoorbeeld? Wanneer? Periodes gelijk trekken.

Denk Groot, Begin Klein
of: beginnen met het doel voor ogen. Anders zet je een methodiek neer die straks niet meer werkt. Eigenlijk Heel Logisch.

Randvoorwaarden
Hou er rekening mee dat de beheerslast heel groot kan zijn: kun je dat wel aan als instelling? Misschien moet e.e.a. geparkeerd worden tot de instelling eraan toe is? Als je geen volledig geflexibiliseerd programma hebt, heeft het vullen van de onderwijscatalogus met onderwijseenheden GEEN toegevoegde waarde, stelt men. Beheerslast te groot, toegevoegde waarde nihil. Totdat je andere modulen wellicht gaat gebruiken die ook een onderwijscatalogus vereisen.

Deze presentatie verwart me wel… Het lijkt net of het triple A-verhaal rond de onderwijscatalogus alleen werkt als je volledig gaat flexibiliseren?

Wie wil daarop reageren??

Digitaal portfolio bij Sint Lucas

Als je met een digitaal portfolio wilt beginnen zul je wel moeten weten wat je wilt, was de start van de presentatie. In samenwerking met Winvision heeft Sint Lucas die stappen gezet. Met name een assessment portfolio, waar ook beoordelingen in passen.
De keuze voor Winvision werd uitgelegd, maatwerk versus een standaard omgeving.
Gelukkig was Hans Smit eerlijk genoeg om toe te geven dat niet alles van een leien dakje gaat. De strijd over de standaard inrichting met name hoe richt je opleidingen en de beoordelingsmodellen goed in en hoe meet je wat, levert nogal wat strubbelingen op.
Er ontstond een goede discussie over de inhoud en de doelstellingen van een assessment portfolio. En vooral wat neemt de leerling mee. Ook reflecteren en/of opdrachtgericht werken en de richting die er gekozen is maakte de tongen los. De vraag bleef of het om een portfolio of een ELO ging. Het prettige van de CVI conferentie is dat de presentatoren eerlijk zijn in hun verslagen. Ik wens Sint Lucas succes met het vervolg

Pot goud bij ROC Midden Nederland, Ger Roelen en Henk van Rijssen

Oude bekenden, dus ook Lizzie en Chiel weer eens gezien. Door middel van een tijdslijn namen Ger en Henk de bezoekers (niet al te grote aantallen) aan de workshop, mee door de tijd van Blackboard bij het ROC Midden Nederland.
Even wat getallen 27.000 gebruikers, waarvan 12.000 de afgelopen 30 dagen. 1.700 actieve cursussen .
Mooie statistieken over het gebruik van Blackboard per uur en per week.
Bewijs dat er 7x24 uur gebruik gemaakt wordt van de ELO dus weer geleverd.
Natuurlijk kun je alles mooi laten zien, maar ook hebben Henk en Ger soms het gevoel dat het niet allemaal rozengeur en manenschijn is.
Met een schema lieten ze zien, in hoeverre Blackboard ingezet wordt bij het ROC Midden Nederland en in welke fase het zich bevindt. Conclusie is dat er nog een pot goud te vinden is, bij de inzet van Blackboard in het onderwijs.
Daarna sloot Henk van Rijssen aan bij de leefwereld van de leerling en liet zien dat leerlingen van nu niet meer alleen met een PC op internet bewegen. Ook wil de leerling wel de informatie van school en de communicatie met school altijd en overal hebben. Maar ook wil de leerling niet dat school inbreekt in zijn eigen sociale netwerken. Blackboard 9 biedt de mogelijkheid om zelf bijvoorbeeld Facebook koppelingen te leggen.
De toekomst lonkt....en met de zeer kleine groep Blackboard ondersteuners in het ROC blijf ik vinden dat er topprestaties geleverd worden, maar het draagvlak op managementsniveau wat laag blijft.

Achter de presentatorenbalie #cvi2010

Vandaag is de conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT officieel van start gegaan. Als voorzitter van de programmacommissie mag ik de presentatorenbalie bemensen, samen met collega programmacommissielid Floor die bij het Regio College verpleegkunde studeert.

Vooral in het begin kan dat hectisch zijn, als veel presentatoren tegelijkertijd binnenkomen. Wat we doen is de aanwezigheid registreren (telt overigens niet mee voor de financiering), doorverwijzen (tas halen, je laten scannen -de pas, niet de body-, naar de garderobe verwijzen), laten zien waar de zaal is (de Koningshof is een heus doolhof als je nooit in een klooster hebt verbleven), kapotte badges vervangen, en diverse vragen beantwoorden.

Vervolgens moet je dan checken of presentatoren ontbreken, en dat doorgeven aan de verantwoordelijke leden van de programmacommissie.

Als een sessie is afgelopen, krijgen we de evaluatieformulieren van de leden van de programmacommissie. Die mogen Floor en ik vervolgens optellen. En nee: we zijn niet om te kopen, maar lusten wel graag een goed glas wijn....

Het leuke is dat ik veel bekenden zie, waarmee ik dan helaas geen echt -uitgebreid- praatje kan maken. Tijdens de keynotes en de eerste ronde, had ik wel meer tijd. Maar toen zat iedereen natuurlijk in de zalen.

Verplichte scholing: de bonus is een laptop (NovaCollege, Annet Smith, Bernadette Sprenkeling)

Annet en Bernadette delen gelijk aan alle deelnemers het boekje (laptops in het MBO, hoe? zo! ook vandaag en morgen te verkrijgen bij Kennisnet –en te bestellen via kennisnet.nl-)) uit :).

Tijdens de inleiding waar naar de motivatie van de mensen in de zaal wordt gevraagd, blijkt gelijk dat het onderwerp breder moet worden gezien dan het ‘ding’ alleen.

Alle docenten (800) van het Nova hebben ondertussen een laptop en de bijbehorende scholing ontvangen.

Kader
Een aantal jaren geleden is  Nova met een traject gestart met als titel ‘ICT as a commodity’. Gezorgd moest worden voor voorzieningen in de gebouwen en laptops voor docenten en studenten. Om ervoor te zorgen dat er ook optimaal gebruik wordt gemaakt van alle investeringen werd ervoor gekozen om verplicht te scholen. Een verplichte dag. Pas na afloop kreeg men de laptop. De scholing werd georganiseerd door de eigen organisatie (nova-academie) daar speciaal voor bedoeld. De docenten contractonderwijs zijn hiervoor opgeleid. (er zijn twee varianten aangeboden: een normale en eentje met een wat zwaardere processor voor bijvoorbeeld autocad)

Verplicht karakter =WEERSTAND
Gelukkig verstomde de negatieve geluiden snel. De cursus ging niet over het gebruiken van de laptop, maar de toepassing van de laptop in de les!

Naast de scholingsdag wordt de mogelijkheid geboden om terug te komen met andere vragen.

De laptopscholingsdag wordt onderverdeeld in 4 blokken:
1. techniek en veiligheid (inloggen met een token en hoe de omgeving is beveiligd)
2. portal en email (basishandigheidjes over de nova portal en outlook vs webmail, toch weer nuttig na een paar jaar ermee werken)
3. digitaal leermateriaal zoeken en vinden (teleblik,kennisnet, wikiwijs)
4. digitaal leermateriaal maken (zelf iets produceren)
Het scholingsmateriaal van de dag wordt nu ook verspreid en mag worden hergebruikt.

Tip
: Een filmpje wat erg leuk is over veiligheid en informatiebeveiliging gemaakt door studenten van ROC Midden Nederland (What the h@ck) Een leuke aanleiding voor discussie!

Praktisch: Stroomvoorziening lastig: mensen hebben echt stroom nodig: leidt toch soms tot onveilige situaties (draden over de grond).

Samenstelling van de groep
Bij scholing is het lastig om de samenstelling van de groep gunstig te laten zijn:
-Grote verschillen in digitale vaardigheid (er zou van te voren een intake moeten plaatsvinden, maar men kan ook leren van elkaar?)
-Wat kun jij mij vertellen? Ik weet alles al..
-Groepen waren heterogeen, ook om teams niet helemaal leeg te laten stromen. Dat levert soms een leuke groep op en soms niet.

Na-en vervolgscholing
De ruimte om verder ‘door te leren’ wordt nadrukkelijk aangeboden: Veel docenten willen graag meer weten over de portal en powerpoint. Er zijn meerdere trainingen aangeboden waarop men kon inschrijven.

Dagelijks nodig
De laptop zal bij Nova ook worden gebruikt voor het dagelijks werken met Magister door docenten.

Uitfaseren vaste werkplekken
De vaste werkplekken zijn er helemaal uitgegooid. Het afscheid nemen was soms niet gemakkelijk… (hier ook veel weerstand…)
Wellicht moet er wat worden geregeld mbt arbo. Ook voor de leerlingen:docenten moeten leerlingen niet de hele dag achter de laptop laten werken (let op: voor leerlingen gelden dezelfde regels als voor medewerkers mbt 2 uur!)

Als voordeel wordt gezien dat men nu thuis ook overal bijkan: applicaties worden streaming aangeboden.

Stellingen:
1. verplichte scholing is nodig: uit henzelf komen docenten er niet toe. Prikkelen zou beter zijn, maar gaat te langzaam? Het moet sowieso onmogelijk worden gemaakt om op  andere wijzen te kunnen werken.

2. als je een docent een laptop en beamer geeft, ontstaat de behoefte om ermee te werken vanzelf. Dit is wel gedeeltelijk waar. Zeker als er relevante content beschikbaar en vindbaar is.


tip: kijk naar laptops met een numeriek toetsenbord voor de docenten die veel met excel en boekhoudprogramma’s werken.

www.slideshare.net/novacollege (alle presentaties van het novacollege staan daar)

Meer weten over het scholingsaanbod van nova-academie? er is nog een sessie over! ronde 4 ruimte 47.

Verplichte scholing, de bonus is een laptop

In de 2e ronde mocht ik een sessie verzorgen over onze laptopscholingen waarover ik op mijn eigen blog ook al wel eens geschreven heb. De sessie verliep goed, hij werd goed bezocht, er werd veel gereageerd en de pijnpunten kwamen aardig bovendrijven. Wat aardig was is dat enkele mensen nog maar pas in het mbo werkten en zich verbaasden over de stand van zaken op het gebied van kennis van ict bij docenten. Tja, dat is inderdaad een feit waar we nog steeds geen heldere oplossing voor gevonden lijken te hebben. Ook over die professionalisering en dat we misschien wel te lief zijn voor onze docenten heb ik wel eens eerder geschreven.
Mijn presentatie vind je op SlideShare, waar trouwens veel meer presentaties van het Nova College te vinden zijn. Hieronder heb ik hem ook maar even neergezet. Als je nog wilt reageren op de discussiestellingen op de laatste 2 slides kun je dat op Slideshare, maar natuurlijk ook hier in de comments doen.

Van diagnostische naar kwalificerende toetsen in het licht van Meijerink door Deviant

In de eerste ronde zat ik bij een sessie van Deviant over de toetsinstrumenten bij hun diverse methodes. Ik deed dit omdat op ons ROC (Nova College) we gaan werken met de reken- en taalmethodes en dan wil je natuurlijk weten wat er zoal bij komt kijken. Ik heb er een verslagje van gemaakt:

Met ingang van volgend schooljaar heeft een ROC een inspanningsplicht om ervoor te zorgen dat een cursiste voldoet aan de referentieniveaus van Meijerink en ook een onderhoudsplicht voor de al zittende cursisten. Er worden 3 niveaus onderscheiden: 1F (staat gelijk aan het niveau A2 uit het CEF) wordt het eindniveau voor cursisten op niveau 1, 2F (ongeveer B1 volgens CEF) wordt het algemeen maatschappelijk niveau wat iedereen met een startkwalificatie moet hebben en voor 3F (ongeveer B2 volgens CEF) geldt dit hoort bij cursisten op niveau 4.

Voor Nederlands geldt dat er mondelinge taalvaardigheid, leesvaardigheid (zakelijke teksten), schrijfvaardigheid (zakelijke, maar ook creatieve teksten) en taalverzorging moet worden getoetst. Kijk vooral ook op www.steunpunttaalenrekenenmbo.nl voor meer informatie. Voor rekenen zijn er domeinen gedefinieerd, te weten getallen, verhoudingen (procententaal, breukentaal en verhoudingentaal), meten en meetkunde en verbanden.

Formatief toetsen en aantonen dat een cursist een ontwikkeling heeft doorgemaakt wordt hierbij belangrijk en daarvoor kan een portfolio worden ingezet. Ook moet je als school aantonen dat je geëxamineerd hebt, in een beroepsrepresentatieve context. Het hoogst behaalde niveau wordt op een diploma vermeld. Voor niveau 4 geldt dat 3 van de 5 taalvaardigheden voldoende moeten zijn.

Deviant heeft diagnostische testen voor de nulmeting, formatieve toetsen voor bijvoorbeeld ontwikkeling aantonen en dan nog summatieve/kwalificerende toetsen. Deze laatste zijn door de inspectie goedgekeurd voor komend schooljaar. Vanaf schooljaar 2011-2012 moet een ROC de goedkeuring van toetsen zelf bij de inspectie aanvragen. Toetsen moeten voldoen aan "standaarden 3 en 4", die zijn gedefinieerd door de inspectie. De diagnostische tests zijn adaptief en kunnen daardoor dus variëren in tijd en moeilijkheidsgraad. Hierin is ook altijd het meerkeuzeantwoord "dit weet ik niet" opgenomen, waardoor gokken de uitslag niet beïnvloedt.

Op dit moment worden alle toetsen omgebouwd naar Meijerink niveaus en in het nieuwe schooljaar zijn ze beschikbaar. Het zijn online assessments, voor rekenen, Nederlands en ook Engels. Daarnaast zijn er werkboeken die op sectoren gericht zijn, of voor BBL-ers of taalzwakke cursisten. Voor rekenen is men nog aan het uitzoeken of er ook sectorspecifiek materiaal zal worden gemaakt. Verder kunnen ook zaken die buiten school worden gedaan op het gebied van taal en rekenen worden toegevoegd in het portfolio om ontwikkeling aan te tonen.

Een snel en to-the-point verhaal waaruit mij vooral is bijgebleven dat er weer heel wat op onze ROC's en AOC's  afkomt!

Verzuipen of leren zwemmen - doelen stellen en meten levert slechts 10% uitval!

In de tweede sessie die ik bijwoon vertelt een delegatie van het AOC Groenhorst college over de manier waarop ze in staat zijn geweest om de uitval voor niveau 2 en 3 terug te brengen tot onder de 10% met als titel: "Verzuipen of leren zwemmen!". Van belang is om op te merken dat men in het eindtermgerichte cohort toentertijd een uitval van 50% als dieptepunt had.



Tot drie jaar geleden was er geen onderscheid tussen de niveau 2, 3 en 4 opleidingen. Een team met een aanpak maakte het onderwijs. Er was geen oog voor de verschillende behoeften van de niveau 2 en 3 studenten.

Om dit voor elkaar te krijgen heeft men als team een actieplan geformuleerd met een viertal actiepunten:
  1. Verbetering voorbereiding:
    • Intake is sterk aangepast door het toekomstige docententeam de intake te laten verzorgen. Ook worden studenten bij aanvang getoetst (m.b.v. CITO) met een niveaumeter. Zo weet men wie men in de klas heeft.
    • Introductiedag voor de zomervakantie.
    • Introductieweek met een kamp.

  2. Structuur van de opleiding:
    • Onderwijs wordt aangeboden in thema's.
    • Duidelijk blokboek waarin beschreven staat wat er verwacht wordt van de leerling.
    • Betere verdeling van de uren in het rooster, zodat men niet meer voor 2 uur naar school komt. In praktijk komt men dan gewoon niet.
    • Duidelijke onderwijsstructuur waarbij gestart wordt met veel begeleiding in leerjaar 1 dat stap-voor-stap afgebouwd wordt.
    • Mix van werkvormen om afwisselend onderwijs te bieden, zodat de studenten "erbij" blijven.
    • Vaker toetsen - in het begin in kleinere brokjes, later grotere brokken.

  3. Begeleiding is teamzaak:
    • Wekelijkse leerling en klasbespreking door het gehele team.
    • Teamscholing op het gebied van gedragsproblematiek door het gehele team.
    • Dubbelmentoraat, zodat een student kan kiezen voor de rolverdeling die het beste bij hem/haar past.
    • Huisvesting van het team in een ruimte, zodat docenten en leerlingen een eigen plek hebben.

  4. Consequenties:
    • Lik op stuk beleid, zodat leerlingen duidelijk aangesproken worden op hun gedrag. Denk hierbij aan het hebben van een boek, papier en pen. Als dit niet het geval is, dan de leerling hierop aanspreken. Geen boek is niet in de les. Hetzelfde geldt voor op tijd zijn in de les.
    • Aanwezigheidsplicht dat bijgehouden wordt per vak en per periode. Hierover wordt contact gezocht met de ouders.
    • Behoud van een goede sfeer in de klas.


Om feiten te verzamelen over de opleiding heeft men leerlingen een enquête afgenomen. Een aantal opvallende zaken:
  • 72% van de leerlingen is positief over de intake.
  • 83% van de leerlingen maken een bewuste keuze voor de opleiding.
  • 45% van de leerlingen had moeite met de overstap naar het MBO. Toch vindt 83% aansluiting bij het MBO.
  • 31% van de leerlingen heeft eraan gedacht om te stoppen. Hiervan wilde 30% een andere studie kiezen.
  • 82% van de leerlingen vindt de begeleiding op school goed.
  • 51% van de leerlingen vindt de begeleiding tijdens BPV goed, waarbij 24% de begeleiding matig vindt.
  • 86% van de leerlingen vindt dat de sfeer binnen de school erg belangrijk is voor het resultaat.
  • De meeste leerlingen vinden de afspraken rondom aanwezigheid, et cetera. niet nodig. Toch vindt het docententeam dat dit bijdraagt aan het succes.
Waarom al deze cijfers? Meten is weten, en geeft je de mogelijkheid om datgene te verbeteren dat verbeterd moet worden op basis van de beleving van de studenten. En zo stap-voor-stap tot beter onderwijs te komen.

Leuk is de start van deze presentatie waarin gevraagd wordt om met drie ballen te jongleren. Aan het einde komt men hierop terug en laat men op video zien hoe dit in de klas is aangepakt. Stap-voor-stap legt de docente uit wat je moet doen, en laat ze meteen oefenen.

Een mooie metafoor voor slechte en goede implementaties van cgo: verzuipen of leren zwemmen!

Dit artikel is ook gepubliceerd op Innovatie in ICT en Onderwijs, klik hier om je op de RSS-feed te abonneren.

Zicht op onderwijsflexibiliteit

Kennisnet en IVA hebben in samenwerking met het Ter Aa college in Helmond gewerkt aan een instrument om flexibilisering in teams te kunnen meten. Dat was het beeld, waarmee ik naar deze eerste presentatie ben gegaan.

Jan Kees Meindersma van Kennisnet gaf in de aftrap een historisch perspectief. Daaruit kwam een behoefte naar voren aan een instrument om flexibilisering in een onderwijsinstelling in kaart te kunnen brengen op basis van allerlei vragen die in het veld leven over die flexibilisering. Denk aan vragen over aspecten en varianten van flexibilisering, ambitieniveaus, strategie, enzovoorts.

Een dergelijk instrument moet:

  • zicht bieden op flexibilisering
  • de werkwijze in de organisatie kaart brengen
  • schaalbaar zijn
  • betrekking hebben op onderwijsondersteunende processen
  • door teams of opleidingen kunnen worden ingevuld
  • resultaten opleveren, die nuttig is voor teams, diensten en CvB
  • inpasbaar zijn in een veranderaanpak

Het instrument is nu afgerond, de vraag is: hoe nu verder?

Het instrument wordt toeglicht door Patricia Gielen van IVA.
Het analyseert de loopbaan van een student in 7 stappen (van intake naar uitstroom). Over elke fase wordt een aantal vragen gesteld over organisatie, benodigde kennis en gebruikte instrumenten. Daarnaast wordt gevraagd naar een eigen oordeel en ambitie.
In feite is het een vrij uitgebreide enquete waarin de werkwijze van een team vrij nauwkeurig in kaart wordt gebracht. In die zin is het een nulmeting, heeft het wel wat weg van een kwaliteitsaudit. Elke vergelijking daarmee wordt echter van de hand gewezen.

De resultaten zijn zichtbaar in de vorm van allerlei grafiekjes waarin de actuele situatie van een team wordt vergeleken met dat van een ander team of ten aanzien van de hele instellingen. De resultaten zeggen echter niets over kwaliteit, het vormt dan ook geen ordeel in termen van goed of slecht.
De vragen (of eigenlijk de antwoorden) zelf zeggen eigenlijk weinig over flexibilisering. Het gaat meer over de mate waarin aandacht wordt besteed aan een individuele student.

Antoinette Knoet (CvB van Ter Aa) ging nader in op de opbrengsten.
Voor het CvB golden enkele startvragen:

  • Hoeveel ruimte hebben we om te flexibiliseren?
  • Waar kunnen we flexibiliseren?
  • Welke keuzen moeten we maken met betrekking tot centraal of decentraal, fasering, strategie

Een paar jaar geleden ging het bij het opstellen van onderwijskaders voor CGO ook om het vaststellen van de gemeenschappelijke kenmerken van teams en opleidingen. De onderwijskaders werden toen daarop gebaseerd. Bij de geconstateerde verschillen werd toen op de eerste plaats de vraag gesteld: is dat erg? Op sommige punten moesten nadere afspraken gemaakt worden.

Dit instrument biedt nu op een vergelijkbare manier de mogelijkheid om op het gebied van flexibilisering ook te kijken naar wat de gemeenschappelijkheden zijn. Het brengt in beeld in kaart wat teams doen, vinden en willen. Dit dient vervolgens als basis om te bepalen waar roc-standaarden over opgesteld kunnen worden zonder dat dat centraal wordt opgelegd.

Tijdens een studiedag werden resultaten besproken door vertegenwoordigers van de teams, aarbij een rapportage gevraagd werd: wat betekent dit voor het onderwijskundig kader? Wat betekent dit voor standaardisatie?
De studiedag leverde ook intern veel inzicht op over de manier waarop de verschillende teams nou werkten, er werd veel van elkaar geleerd.

Het traject heeft de volgende inzichten opgeleverd:

  • Meer inzicht in de mogelijkheden tot flexibilisering en de inzet van ondersteunende instrumenten
  • Voorstellen voor praktische zaken als instroomfrequentie, taakinvulling SLB'ers, voeren van POP-gesprekken enzovoorts.

Daarnaast werden nog enkele conclusies getrokken:

  • Het onderwijskundig kader is nog te ruim te interpreteren
  • Flexibilisering is nog geen eenduidig begrip.

Inmiddels zijn verbetervoorstellen uitgewerkt. Zo komt er roc-breed een eerste periode waarin nog overgestapt kan worden. Andere onderwerpen, die nog op de rol staan, zijn begeleiding (aanpak en rol begeleiders) en volgsystemen.

Er vindt vervolgens een discussie plaats over het instrument in termen van kwaliteitsinstrument of beoordelingsinstrument. Kernpunt is, dat er informatie van onderaf komt die de verandering in gang kan zetten. In elk geval gaat het om heel andere vragen dan de inspectie vraagt.

Mijn conclusie is, dat dit een heel mooie aanpak is om vanuit de huidige stand van zaken een beeld te krijgen van wat er al gemeenschappelijk is. Op deze manier levert het van onderaf voorstellen op voor noodzakelijke standaarden!

De presentatie en de rapportage zullen binnenkort verschijnen op www.marktplaatsMBO.nl.

Joel of hoe een stevig onderwerp toch leuk kan zijn

Voor de lunch moet je toch wat stevige kost aan informatie naar binnen nemen. En om het nuttige met het aangename te verenigen, heb ik de presentatie van medeblogger Joel de Bruijn gevolgd. Onderwerp: 'De onderwijscalculator.'

Geen spijt. In een stevig tempo vloog hij door betaalbaarheid, rendement, arbeidsmarktrelevantie, totale kosten opleiding etc.
Verbazingwekkend: Ik kon het volgen!!!!
Joel ging in begrijpelijke taal, precies op tijd gelardeerd met een grappig understatement, door een en ander heen.

Ik vergat bijna de lunch, die er op volgde....

Foto's van de conferentie

7 tips voor effectief bestuur van IT projecten

Ik heb gezeten bij de presentatie "Sturing geven aan de invoering van ICT". Leo Scholl van ROC Gilde opent met de geschiedenis van carbon, typemachine tot pc's. Grote uitdaging als je opgegroeid bent met de kroontjespen: Hoe stuur je als college op de invoering van ICT?

Leon Simons vervolgt met een praktijkervaring:
Men richtte een platform op waarin per sector een deskundige zit uit het onderwijs en uit ICT. Concreet resultaat: keuzeproces van ELO. Uit het platform hebben koppels steeds een bezoek gebracht aan andere ROC's om zich op een aantal merken te oriënteren. Dit leidde tot een top 5. Deze zijn intern weer beproefd aan de hand van checklists. Hierbij waren sectordirecteuren en keyusers betrokken. Hieruit rolden 2 merken.
Deze 2 leveranciers zijn vervolgens uitgenodigd om zich te presenteren aan het hele platform. Hieruit moest een definitieve keus volgen. "Jullie komen pas uit het hok als er een unaniem advies is!" Uiteindelijk is het degene geworden waar men ook direct het beste gevoel bij had, alleen nu is door het hele proces veel meer draagvlak ontstaan.

Jeroen van den Berg van ROC Rivor vervolgt met "Het besturen van IT pojecten voor dummies". Als kapstok worden ervaringen gedeeld uit de invoering van een KRD. Openhartig vertelt Jeroen dat tijdens de implementatie een aantal problemen naar boven kwamen. Dat leidde tot een "crisismoment", een maand stopzetting en een herstart.

De bestuurder van nu heeft vaak een kennisprobleem:
- De bestuurder is geen specialist en de kennis hierover veroudert verschrikkelijk snel.
- Projectkennis: Het eindresultaat laat zich soms lastig formuleren. Het beeld van wat de uiteindelijke doelen zijn ontstaat vaak pas gaandeweg het proces.
- Ambiguïteit: iedereen heeft zijn eigen beleving en perceptie. Een hoofd IT, een controller, een hoofd administratie, een eindgebruiker hebben vaak compleet verschillende beelden.

Daarom 7 tips voor effectief bestuur van IT projecten:
- Stel je als bestuurder op als dummy XXL: blijf vragen, wil weten en begrijpen.
- Een projectplan is een te falsificeren hypothese. Het is voorlopig waar, maar wanneer is het plan niet waar? Quasi filosofisch maar toch. Heb een houding waarmee de gaten van het project opgezocht worden.
- Voorkom groepsdenken: stimuleer open klimaat, voorkom tunnelvisie, speel advocaat van de duivel.
- Creëer "Slack" of inefficiency in besluitvorming. Lijkt verkeerd, maar maak het mogelijk om meerdere keren over bepaalde onderwerpen na te denken. Dit kost tijd. Een pressure-cooker is wel snel, maar niet altijd goed.
- Wees alert op zwakke signalen: twijfelpunten die soms impliciet zijn, breng deze naar de oppervlakte.
- Geef voorrang aan verstoringen. Een goed project is niet een project dat een spoorboekje precies volgt, het doel moet bereikt worden. Ook al wijk je van je planning af.
- Adagio "Show must go on, unless a showstopper shows up". Bij echte verstoringen niet een beetje doorgaan, maar echt aandacht er aan schenken.

Mijn leerpunten: draagvlak creëren is belangrijk en projectenplannen zijn geen dogma's.
Mijn indruk: een heel openhartige presentatie van 3 bestuurders die zich kwetsbaar durven opstellen.



Sociale netwerken voor en door deelnemers… Bart Duijvelshoff-Knip

De sessie begon met een Mac/Windows conflictje maar dat terzijde. Bart Duijvelshof is al ondernemend docent op Hyves met een goldemember account en plaatst zo banners en advertenties op Hyves voor de open dag van het Horizon College (op eigen kosten). Dat resulteerde in 2009 5800 unieke hits en 10% meer bezoekers op de open dag.
Info van een sociaal netwerk wordt vaker voor waar aangenomen, zeker in Hyves.
Met zijn leerlingen werkt hij in Facebook, Hyves en Wiki’s.
Bart heeft 3 facebook accounts , een prive, een met alumni en een met zijn huidige leerlingen.
3 aspecten bij de inzet van web 2.0 toepassingen in zijn onderwijs.
Loopbaanaspect, het belang van sociale netwerken, samenwerken dmv wiki’s, snellere groepsbuilding.
Burgeschaps effect(informtieverzamelen, mening vormen), virtueel pesten, gedragsregels.
Marketing aspect, verkoop je opleiding, valkuilen en verlokkingen.
Bart heeft courses in Facebook met links naar n@tschool omdat leerlingen eerder in facebook kijken dan een elo. Ook samenwerkingsopdrachten lopen via Facebook en gebruikt daar een wiki voor.

Ugrade.nl

Na twee 'grote mensen'-presentaties op de informatiemarkt naar de stand van Ugrade.nl.
Daar heeft deelnemer Roel van Uden (ROC de Leijgraaf) me uitgelegd hoe de site werkt die ze met SintLucas hebben opgezet.
Dus allemaal gaan kijken en Roel wordt vast een goede leraar want ik snap het nu!

Your place or mine - in contact met jongeren

Het Kenniscentrum Bèta Techniek en Technocentrum Zuiderlijk Gelderland hielden in de eerste ronde een workshop over het contact met jongeren. Hiervoor was een aantal jongere ondernemers uitgenodigd die bemiddelen tussen bedrijf en school. Twee uitspraken vielen mij in het bijzonder op:

- verbind jongeren aan een project, niet aan een bedrijf
- zoek een project dat aansluit bij de passie van jongeren

De twee bovenstaande uitspraken kwamen steeds terug in de workshop. Ook sociale ontwikkelingen zijn hier op terug te voeren. Bijvoorbeeld dat nog 25% van de beroepsbevolking minder dan een jaar in dienst is bij de huidige werkgever.

In de kaders van dit project is ook een digitale tool ontwikkeld voor online coaching. Hiermee kunnen jongeren in contact komen met ervaren mensen uit het (technische) bedrijfsleven.

Kijk ook op: www.technocentrum-zgld.nl

Een interessante workshop.

Het museum van de leefwereld

ROC Eindhoven liet op een leuke manier kennismaken met de leefwereld van een leerling. In een museum waren allerlei 'museumstukken' van allerlei leeftijden opgesteld, die op een een of andere manier wel gebruik maakten van diverse media als blogs, twitter, profielsites, leeromgevingen, spelletjessites, enzovoorts.
Na een interactieve bezichtiging van de museumstukken werd aan de hand van enkele presentatie disucssies gevoerd.

Milou Rabelink, VWO-5 leerling beschreef de beperkte internetmogelijkheden op de eigen school en de regeltjes die daaromheen. Waarschijnlijk vooral uit onmacht uit onwetendheid van docenten. Als gevraagd wordt naar het gebruik van sociale media in de eigen tijd: 'Daar heb ik helemaal geen tijd voor".
Er wordt een stukje voorgelezen uit een brief van een ouder die moeite hebben om het eigen kind van een internetverslaving af te houden en er problemen mee heeft dat internet op school wordt opgesteld. De discussie sptits zich toe op de begeleiding, die in de klas nodig is of de afspraken die over computer- of internetgebruik gemaakt moeten worden. Afsluiten is geen optie. De essentie is in elk geval dat er aandacht nodig is voor mediawijsheid.

Vanuit een verhaal over een Belgisch fritesmuseum met allerlei oudere en nieuwere apparaten stelt Cees Hoogendijk wat vragen aan het publiek over het gebruik van allerlei digitale media. Het verhaal wordt vervolgd met de leerervaringen van hemzelf als zelfstandig ondernemer met internet. Gestart met het bouwen van een eigen website op basis van een gedownload HTML-document. Inmiddels zeer web2.0 (zie zijn website).
Als hij kijkt naar zijn kinderen, maken die heel functioneel gebruik van computers en internet rondom hun hobbies, maar hij hoort ze nooit over ICT in het hun onderwijs.
Hij heeft ook een essay geschreven (in het kader van de Kennisnetbundel "Daar heb ik helemaal niets aan"), met de titel 'Leermiddel of Levensmiddel'.
Hij houdt een pleidooi voor de manier waarop aandacht besteed zou moeten worden aan ICT in de school. In elk geval integrale aandacht in het beleid, en veel ruimte voor medewerkers om er mee te leren werken.
Hij vraagt zich af, waarom er niet meer aandacht is voor serious gaming. Misschien wel, omdat dat vervangend zou kunnen worden voor leerkrachten!
Met een mooie afsluiter, dat hij frites het liefst met de hand snijdt in plaats van met een groot apparaat. Oftewel, hij is niet alleen 2.0 maar ook 0.5. Dat geldt ook voor leerlingen.

Er wordt in de afronding nog een verzuchting geslaakt: de klaslokalen zien er nog net zo uit als 80 jaar geleden. Milou antwoordt: "De beste leraar die ik heb, heeft nog nooit een computeropdracht gegeven"...